Openingstijden:

dinsdag tot en met zondag van 11.00 tot 17.00 uur

+

Menu

Kunst 1885-1935

Op deze afdeling is Nederlandse beeldende kunst en kunstnijverheid te zien uit het tijdperk 1885-1935. Deze periode kenmerkt zich door stormachtige ontwikkelingen in de ‘vrije’ en toegepaste kunst. Tegelijkertijd bleven veel kunstenaars vasthouden aan de traditie waarop ze nog lang niet uitgekeken waren. De afdeling start in de zogenoemde balzaal, waar je in de sferen komt van de periode rond 1900. De zalen daarna tonen voorwerpen uit de periode 1885-1915 en 1915-1935.
 

Introductie

 

De afdeling Kunst 1885-1935 geeft een rijk overzicht van de Nederlandse kunst en kunstnijverheid uit deze periode, waarbij de bezoeker in de balzaal van het museum kan wegdromen naar de tijd van Berlage, Willem Kloos, Aletta Jacobs en Eline Vere. Die tijd wordt gekenmerkt door stormachtige ontwikkelingen in kunst en maatschappij. Er was een sterk besef van een ‘nieuwe tijd’, die vroeg om een ‘nieuwe kunst’.

 

Kunst
 

Na de Haagse School die bloeide in de jaren 1870, ging een nieuwe generatie schilders, geïnspireerd door het Franse impressionisme, met fellere kleuren werken. De ‘Tachtigers’ schilderden het moderne leven in de stad, waarbij sommigen hun eigen ‘schoonheidservaring’ wilden overbrengen. In de jaren 1890 is bij sommige kunstenaars een vergeestelijking te zien; zij wilden verheven idealen of een hogere werkelijkheid uitdrukken. Geëngageerde kunstenaars gingen ‘gemeenschapskunst’ maken om een nieuwe samenleving te realiseren. Terwijl na 1900 in kleurgebruik en abstractie de invloed van het kubisme en het fauvisme te zien is, blijven velen toch vasthouden aan een traditionele, figuratieve manier van schilderen.
 

Kunstnijverheid/design
 

Volgens de Europese kunstnijverheidsbeweging die rond 1890 opkwam, moest schoonheid doordringen tot in het dagelijks leven van zoveel mogelijk mensen door ambachtelijk geproduceerde gebruiksvoorwerpen voor een breed publiek bereikbaar te maken. In Nederland komen deze ideeën vooral via de Engelse Arts & Crafts beweging tot leven. Uit Frankrijk en België komt rond 1900 de invloed van de art nouveau met zijn sierlijke lijnen. De Nederlandse variant op deze stroming, de Nieuwe Kunst, toont een strakke vormgeving die de constructie in plaats van de versiering benadrukt. Kunstenaars willen hun mooie ontwerpen betaalbaar houden zodat iedereen ze kan kopen.
Na de eerste wereldoorlog verbleken de idealen en gaan ontwerpers kostbare, exotische materialen gebruiken voor ontwerpen met opvallende versieringen: de art deco of Amsterdamse School. In de jaren 1920 ontstaat als reactie hierop het Functionalisme: als het gebruiksvoorwerp functioneel is, wordt het vanzelf mooi. De schoonheid zit niet in de versiering, maar in de vorm. De sobere ontwerpen passen bij de crisis van de jaren dertig.