Openingstijden

di t/m zo 10.00 - 18.00 uur

+

Menu

Willem Roelofs

Hunebedden zijn neolithische grafkamers. In Drenthe staan er in totaal 52 van deze bouwwerken. De stenen zijn zo groot dat men vroeger dacht dat ze door reuzen, ‘huynen’, gebouwd waren. Willem Roelofs weet dit bouwwerk plechtig weer te geven. De grote stenen rusten op het vlakke landschap onder een dreigende wolkenlucht, terwijl een herder op het hunebed zit. Zijn schapen grazen op de heide. Hoewel het hunebed monumentaal lijkt in vergelijking met de herder en zijn schapen is het eigenlijk helemaal niet zo groot. Dit is hunebed D6 in de buurt van Tynaarlo, een van de kleinste hunebedden in Drenthe. De grotere hunebedden zijn toeristische trekpleisters, maar hier komt bijna niemand. Dat maakt D6 extra aantrekkelijk voor romantische kunstenaars zoals Willem Roelofs. Misschien kiest Roelofs wel de kleinste van de hunebedden vanwege zijn tweede specialisatie: entomologie, de studie van insecten. Hij bestudeert snuitkevers. Deze identificeert hij voor het Natuurhistorisch Museum in Leiden. Zijn liefde voor het schilderen van landschappen blijft bestaan. Hij raakt in de ban van de School van Barbizon en brengt deze over op de Haagse School. Naast zelf schilderen geeft hij ook les aan andere aspirant kunstschilders. Zijn bekendste leerling is Hendrik Willem Mesdag.

Willem Roelofs, Het hunebed van Tynaarlo, 1861

Willem Roelofs (Amsterdam, 1822 - Antwerpen, 1897), Het hunebed van Tynaarlo, 1861, olieverf op doek, 92 x 137 cm, langdurig bruikleen Kunstmuseum Den Haag