Kunstschatten terug in Roemenië
Op 21 april 2026 was Robert van Langh, algemeen directeur van het Drents Museum, aanwezig bij de onthulling van de Helm van Coțofenești en twee Dacische armbanden in Roemenië.
In onze speech bedankten wij de verschillende instanties die hebben bijgedragen aan de terugkeer van de kunst en vertelde Van Langh over de impact van de roof en over de rechtszaak. Hieronder lees je de Nederlandse versie van zijn volledige speech.
‘Daarom ben ik zo ongelooflijk blij en vereerd dat ik de helm en de armbanden namens de Nederlandse regering vanuit Nederland terug heb mogen begeleiden naar huis. Naar Roemenië, naar dit prachtige National History Museum.’
Europees erfgoed is weer thuis
De speech van algemeen directeur van het Drents Museum.
Mijn naam is Robert van Langh en ik ben de directeur van het Drents Museum, gevestigd in Assen, Nederland. We kunnen ons buiten Roemenië nauwelijks voorstellen wat een ongelooflijke klap het moet zijn geweest, toen vorig jaar met grof geweld de gouden helm van Coțofenești en drie koninklijke Dacische armbanden uit ons museum werden geroofd. Die klap was in Nederland al groot, maar hier zonder weerga. Daarom ben ik zo ongelooflijk blij en vereerd dat ik de helm en de armbanden namens de Nederlandse regering vanuit Nederland terug heb mogen begeleiden naar huis. Naar Roemenië, naar dit prachtige National History Museum. Roemeens nationaal erfgoed is weer thuis, Europees erfgoed is terug op de plek waar het hoort.
Een diefstal met een bom van deze omvang is ongeëvenaard in de westerse museale geschiedenis. De aanslag heeft vriendschappen onder druk gezet, terwijl vriendschap tussen onze musea juist de basis vormde voor de prachtige tentoonstelling die we samen hadden georganiseerd. Vandaag zien we naar mijn mening dat échte vriendschap complottheorieën, beschuldigingen en boosheid kan overleven. Door de niet aflatende, gezamenlijke inzet van de Roemeense en Nederlandse autoriteiten kunnen we vandaag het geweldige moment vieren van de terugkomst van de gouden helm en twee van de drie koninklijke Dacische armbanden. Politie en justitie uit beide landen hebben ongelooflijk knap werk verricht. We zijn hen ongelooflijke dank verschuldigd, dank die ik ook graag namens Nederland aan u over wil brengen.
Vorige week vond in Assen de rechtszaak plaats tegen de drie hoofdverdachten van de roof. In detail hebben we mogen luisteren naar hoe de opsporingsdiensten tot de arrestatie zijn gekomen, op basis waarvan de helm en de armbanden teruggevonden konden worden. Over enkele weken zullen de rechters uitspraak doen en zal naar ik verwacht het recht zijn loop hebben. In de rechtszaal werd duidelijk dat het hier niet gaat om geld, maar om de enorme cultuurhistorische waarde van de objecten. Een waarde die voor een niet aflatende en enorme inspanning van de Roemeense en Nederlandse autoriteiten heeft gezorgd. Laat het kunstdieven in de toekomst afschrikken: kunst heeft geen individueel belang, maar is van ons allemaal.
Rest mij de collega’s van het National History Museum of Romania te bedanken. Mijn collega’s in Nederland hebben begin april na meer dan een jaar een vreselijke tijd kunnen afsluiten, hetgeen met veel emotie gepaard ging. Maar hier in Bucharest was het verdriet, de boosheid en nu de opluchting natuurlijk nog veel groter. Ik ben dankbaar dat we in deze moeilijke tijden onze vriendschap overeind hebben kunnen houden. Dat raakt mij diep en ik koester dit in mijn hart.
Tot slot herhaal ik graag de oproep die ik in Nederland deed bij de terugkomst, en die ik vorige week in de rechtszaal deed: iedereen die iets weet over de verblijfplaats van de derde armband, laat het ons weten. Zorg dat ook deze armband weer veilig thuis kan komen hier in Bucharest.