Navigatie overslaan
2 april 2026

Ver­kla­ring van Robert van Langh, alge­meen direc­teur van het Drents Museum

Op de Gouden Helm van Coțofenești zijn twee ogen afgebeeld. Zij moeten de drager én de helm zelf beschermen tegen het Boze Oog. Tegen onheil. Dat hebben ze eeuwen lang succesvol gedaan. En ook vandaag lijken ze hun nut te bewijzen.

Verklaring van Robert van Langh, Directeur van het Drents Museum, bij persconferentie 2 april 2026

Mijn naam is Robert van Langh en ik ben sinds eind dit jaar directeur van het Drents Museum. Vandaag heb ik kunnen zien hoe ontroerd, gelukkig, opgelucht en dankbaar mijn collega’s zijn, toen ik hen vertelde dat de helm en de armbanden gevonden zijn.  We kunnen ons nauwelijks een voorstelling maken hoe dat in Roemenië moet zijn, bij onze dierbare collega’s van het National History Museum in Boekarest en bij alle Roemenen. Het is geweldig dat de helm en twee van de drie armbanden nu terugkeren naar de plek waar ze horen.

Dit is ook het moment om opnieuw onze dankbaarheid uit te spreken. Op de eerste plaats natuurlijk naar de Nederlandse politie, het OM, de Roemeense opsporingsdiensten, en nationale en internationale justitie-organisaties, die met niet aflatende energie gewerkt hebben aan de oplossing van deze zaak. Hun inzet heeft ons steeds ontroerd en gesterkt in de overtuiging dat we de kunstvoorwerpen terug zouden vinden. Ook de steun van Marco Out - de burgemeester van Assen - en zijn medewerkers, de provincie Drenthe en de Nederlandse regering stemmen tot grote dankbaarheid.

Onze dank gaat uit ook al degenen die de afgelopen maanden hun medeleven met de Roemenen en met ons museum hebben getoond. In binnen- en buitenland.  De hartverwarmende reacties deden ons goed en hebben ons het vertrouwen gegeven onze missie voort te zetten: de mooiste tentoonstellingen in Drenthe te organiseren en zo de inwoners van Nederland kennis te laten maken met het mooiste wat cultuur ons door de eeuwen heen biedt.

(Tekst gaat verder onder afbeelding)

Dat doen we concreet later vanmiddag, als zoals gepland de tentoonstelling Ode aan Amrita officieel wordt geopend. Een eerbetoon aan een Hongaars-Indiase kunstenares die in haar werk belangrijke thema’s behandelde, zoals vrijheid, identiteit en liefde. Door geopolitieke ontwikkelingen konden topstukken Assen niet bereiken, maar we zijn ook buitengewoon dankbaar voor de vele topstukken die wij als alternatief mochten lenen van onze collega musea. Die saamhorigheid en dat vertrouwen roert mij. 

Niet in de laatste plaats wil ik mijn dankbaarheid uitspreken richting onze eigen medewerkers, die het afgelopen jaar veel steun hebben gekregen, maar het bij tijd en wijle ook zwaar te verduren hadden. Samen zijn we er doorheen gekomen en samen bouwen we verder aan dit prachtige museum, waar niet alleen Drenthe, maar heel Nederland trots op kan zijn. 

De aanslag op ons museum van 25 januari vorig jaar was de grootste in meer dan 170 jaar dat we bestaan. Een ongekend gewelddadige roof met explosieven, bij mijn weten niet eerder vertoond in de Nederlandse museumgeschiedenis. Tegen een bom is niets opgewassen. We hebben in Assen een nieuwe vorm van geweld gezien richting musea, die Assen overstijgt, die Nederland overstijgt en waar we internationaal het gesprek over moeten blijven voeren.

De stukken zijn nu weer in veilige handen, het is nu zaak te zorgen beschadigingen goed in beeld te hebben voor een eventuele restauratie, en te zorgen voor een veilige repatriëring naar Roemenië. We hebben vertrouwen in de rechtsgang. Over ruim een week verschijnen de verdachten één deur verder voor de rechter. De daders van deze vreselijke misdaad jegens cultureel erfgoed zullen hun straf niet ontlopen.